Je dochter is aangerand door een bende ‘vluchtelingen’, wat denk jij? “Ik ben vader en daarom PVV’er” OF “Ik ben geen PVV’er, ik ben een vader”

Dus je dochter is aangerand door een stelletje geïmporteerde achterlijke testosteronbommen en het enige waar je je zorgen om maakt is of je niet te boek staat als PVV’er. Wel weer fijn voor de Volkskrant dat ze zo’n supergenuanceerd beeld kunnen schetsen! Bravo! Lees het interview hieronder:

Aangerand Vluchtelingen

Gijs’ dochter is aangerand door asielzoekers. Het telefoontje komt ‘s nachts om half drie, en sindsdien is niets normaal. Het gebeurt in de Herbergsteeg, het zijn Eritreeërs. Maar daar gaat het niet om, zegt Gijs. ‘Het gaat erom dat ik een vader ben, en jij hebt ook een dochter, dus je kunt je er misschien iets bij voorstellen.’

Een knelt haar in een wurggreep, een ander 'begint te graaien'. Een knelt haar in een wurggreep, een ander ‘begint te graaien’. ©

We spreken elkaar in de lobby van het Van der Valk. Gijs wil zoveel mogelijk privacy, zijn dochters naam blijft ongenoemd. Hij wil vertellen wat er gebeurt als anderen jouw privé-ellende uit je handen trekken. ‘Het enige wat ik wil, is dat de daders voor de rechter komen. Ik wil geen onderdeel zijn van een politiek verhaal. Ik wil niet gebruikt worden door voor- of tegenstanders. Het interesseert me geen bal of het asielzoekers zijn, Chinezen of Hollandse bloemkolenboeren.’ Gijs’ jongste dochter is achttien en loopt zondagochtend vroeg met een vriendin door de steeg als ze wordt aangevallen door drie mannen. Eén knelt haar in een wurggreep, een ander ‘begint te graaien’. Haar vriendin mept en schreeuwt, ‘dat is haar geluk geweest’: de mannen deinzen terug. Er staat een busje met zes agenten vlakbij; die pakken de daders op. Er zijn meer vrouwen aangerand die nacht in die steeg, door dezelfde mannen. Drie groepjes in totaal; zijn dochter is de laatste.

De agenten vertellen Gijs dat de mannen in het azc wonen. ‘Ze zeiden: we hielden ze al een tijdje in de gaten.’ Om half vier is hij thuis, en schrijft ‘stijf van de adrenaline’ een stukje op Facebook, noemt ze ‘grapjassen uit het plaatselijke asielzoekerscentrum’. Een zakelijk bericht zet Gijs op de nieuwssite die hij beheert, Almere Headlines. Maandagochtend om twee minuten voor zeven wordt het politiek als Geert Wilders op basis van dat bericht een tweet verstuurt: ‘Bedankt hè Mark dat je ze allemaal ons land binnenlaat #grenzendicht #kominverzet’. Kort daarna vertelt Wilders live op tv over de aanranding. Dit is het bewijs: asielzoekers pakken onze dochters. ‘Dus dan gaan ze ermee aan de haal’, zegt Gijs, ‘zonder mij of mijn dochter iets te vragen.’ Dezelfde dag nog vraagt PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk om een ‘avondklok’ voor ‘deze tikkende tijdbommen’.

Vier maanden verder heeft geen enkele politicus of bestuurder de moeite genomen hem te vragen hoe het zit. De burgemeester niet, de korpschef niet, Toon van Dijk niet, ‘nog geen fractieassistent’, en onderwijl jongleren ze met het lot van zijn dochter – het zit hem hoog. ‘Iedereen weet hoe het werkt: als het gewone daders zijn, is er geen publiciteit. Er lopen genoeg Hollandse testosteronbommen rond, en dan heeft bijna niemand belangstelling. Maar nu het asielzoekers zijn wel.’ Wat hem ook hoog zit, is de manier waarop twee zedenrechercheurs proberen de aangifte af te wenden. Zou je dat wel doen, zeggen ze tegen zijn dochter. Er is een kans dat je er nooit meer van hoort. Gijs vindt dat de recherche élke aanranding serieus moet nemen. ‘Zo’n ontmoedigingsgesprek hakt er in bij een kind dat net een aanranding heeft meegemaakt. Dit is een keiharde zaak bovendien, alles staat op bewakingsbeelden en de daders zijn gepakt.’ Hij is een grote, kalme man die zijn woede goed weet op te bergen: ‘Ik ben vooral verbaasd.’ Over de manier waarop de politie de vraag ontweek naar de herkomst van de daders, en de onduidelijkheid over het aantal slachtoffers, terwijl alles bekend is, want overal in het centrum van Almere hangen camera’s. ‘Ik begrijp niet waarom. Misschien wisten ze het echt niet. Misschien duwden ze het weg. Een telefoontje was genoeg geweest. Had het me gevraagd.’ Anderen bellen wel naar Gijs, vaak volstrekte vreemden. Aangerande vrouwen vertellen hun verhalen, soms van decennia geleden. Boze mensen vragen of hij mee wil doen aan het formeren van een knokploeg. Asielvrijwilligers vragen of hij een PVV’er is, ‘omdat ik in de publiciteit bracht dat het om azc’ers gaat. Ik ben geen PVV’er. Ik ben een vader.’ Veel, heel veel pers.

COHlcQQWcAAaD0G

In Almere is debat over uitbreiding van het asielzoekerscentrum. Gijs maakt het niet veel uit. ‘Almere is een grote stad, die kan dat hebben. Echte vluchtelingen moeten hulp krijgen, zo denk ik erover, goudzoekers moeten direct naar huis. Maar dat zal wel te genuanceerd zijn.’ Met Gijs’ dochter gaat het naar omstandigheden aardig. Eind maart is de rechtszaak, met alle publieke vertoon van dien – daar heeft hij zorgen over. ‘Ik zit niet te wachten op mensen met spandoeken en bakstenen. Mijn dochter heeft er niks aan. Ik wil alleen maar dat die mannen voor de rechter staan.’

beauty girl cry
beauty girl cry

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!