Tijdelijk contract is voor flexwerker meestal nood, geen wens

Het overgrote deel van de 1,7 miljoen flexwerkers werkt niet op een tijdelijk contract omdat ze dat willen, maar omdat ze niet anders krijgen. Dat geldt in grote mate (44 procent) voor degenen die nieuw zijn bij hun werkgever en nog in hun proeftijd zitten, maar dat geldt ook voor een grote groep voor wie een vaste baan er gewoon niet in zit. Voor iets meer dan 37 procent van de flexwerkers is een tijdelijk contract de enige manier om aan het werk te blijven. Hun werkgevers werken liever nieuwe flexkrachten in dan dat ze iemand vast aannemen. Slechts 20 procent van de flexwerkers koos doelbewust voor een tijdelijke baan.
Dat blijkt uit de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO vandaag publiceren. Een kwart van alle werknemers werkt op een flexibel contract. Met ruim 1,7 miljoen flexwerkers (stand eerste kwartaal van dit jaar) is hun aantal verder gegroeid. Twee jaar geleden hadden nog 1,6 miljoen werknemers een tijdelijke baan. In alle leeftijdsgroepen neemt het aantal werkenden op een tijdelijk contract toe, maar de groei is het sterkst onder jongeren. ‘Het is niet meer gebruikelijk om meteen met een vaste baan te beginnen’, zegt Tanja Traag van het CBS. ‘Werkgevers gebruiken flexcontracten ook voor een langere proeftijd. Dat merken vooral jongeren.’ De 1,2 miljoen zzp’ers zijn niet in deze cijfers meegenomen, omdat zij in de statistieken tellen als ondernemers.

Flexwerkers blijven wel vaker aan het werk dan twee jaar geleden. Twee jaar geleden was ruim 5 procent van hen na drie maanden werkloos, nu is dat volgens het CBS minder dan 4 procent. In 2014, het jaar waarin de werkloosheid begon af te nemen, was bijna 77 procent van de flexwerkers na drie maanden nog steeds aan het werk in een flexibel dienstverband. In het eerste kwartaal van 2016 was dat bijna 78 procent. In dezelfde periode is een tijdelijke baan iets vaker een opstap voor een vaste aanstelling geworden: het percentage doorstromers groeide van ruim 11 naar ruim 12. Tijdens de crisisjaren (2008-2012) nam de doorstroom naar vast juist af.Degenen die vrijwillig voor een flexbaan kiezen, zijn vaak ouderen met een verdienende partner die op een plezierige manier hun pensioen willen halen, zegt Anneke Goudswaard, onderzoekster bij TNO en lector nieuwe arbeidsverhoudingen aan de hogeschool Windesheim. ‘Ze staan er financieel goed voor, de kinderen zijn de deur uit. Nu willen ze tijd voor zichzelf combineren met leuk werk. Maar het merendeel van de flexwerkers heeft uit pure noodzaak een tijdelijk contract. Werkgevers organiseren het werk zo dat ze snel inzetbare flexkrachten kunnen inzetten. Daardoor neemt de kwaliteit van het werk voor flexkrachten af. Veel werkgevers benutten de wettelijke termijn waarbinnen dat mag. Dat was drie jaar, dat is sinds vorig jaar twee jaar. Ik ben benieuwd wat die wetswijziging voor gevolgen gaat hebben.’

Tijdelijk contract is voor flexwerker meestal nood, geen wens
Werknemers die doelbewust kiezen voor een bestaan als flexwerker maken zich aanzienlijk minder zorgen om het behoud van hun baan dan de overige flexwerkers: 16 tegenover 55 procent. In de afgelopen jaren hebben flexkrachten, meer dan vaste werknemers, minder autonomie in hun werk gekregen, stelt Goudswaard. ‘Degenen die geen vast werk kunnen vinden, hebben ook te maken met onzekerheid over of en wanneer ze kunnen werken. Dat vergroot het risico op een burn-out. De vrijwillige flexwerkers hebben hier geen last van.’
Bijna 9 procent van de flexwerkers die aangeven dat ze een voorkeur hebben voor een flexibele arbeidsrelatie, rapporteert burn-outklachten. Dat is minder dan onder zowel werknemers met een vaste arbeidsrelatie (14 procent) of onder overige flexwerkers (17 procent). BRON

1 thought on “Tijdelijk contract is voor flexwerker meestal nood, geen wens”

Rood, wit en blauw zijn de kleuren waarvan ik hou!